Nieuwsbrief 45, oktober 2007
1. OPHEFFING VRIJSTELLINGSREGELING B.T.W. VOOR ONDERNEMINGEN DIE WERKEN IN ONROERENDE STAAT UITVOERENEr is een ingrijpende wijziging voor ondernemers die werken in onroerende staat uitvoeren en de vrijstellingsregeling B.T.W. hebben vanaf 01.10.2007.
Alle ondernemers die bij de KBO ingeschreven zijn met een nace-code die een activiteit van werk in onroerende staat omschrijft en die op dit ogenblik vrijgesteld zijn om B.T.W.-aangifte in te dienen, zullen vanaf 01.10.2007 niet meer van deze vrijstellingsregeling kunnen genieten.
Ook ondernemingen van een gemengd karakter, bedrijven met meerdere activiteiten ingeschreven in de KBO waarvan maar één of meerdere nace-codes voor werk in roerende staat, verliezen vanaf 01.10.2007 voor de volledige activiteit de mogelijkheid van B.T.W. vrijstelling.
Deze wijziging in B.T.W. reglementering heeft volgende gevolgen :
- Er dient in de toekomst gefactureerd te worden met B.T.W. (21 % of 6 %)
- Er moeten periodieke B.T.W. aangiften ingediend worden :
• Eerste aangifte wordt 4e kwartaal 2007 in te dienen tegen 20.01.2008.
• Mogelijk een eerste B.T.W. betaling verrichten tegen 20.01.2008.
- Wie vanaf 01.10.2007 ook aan 6 % wil factureren en of in onderaanneming werken wil uitvoeren, zonder geconfronteerd te worden met
inhouding op de facturen door de hoofdaannemer, zal zich moeten laten registeren. Registratie moet uiterlijk toegekend zijn tegen 01.04.2008.
Alle ondernemers die binnen deze regeling gekend zijn in de B.T.W. administratie, hebben een aangetekend schrijven ontvangen van het controlekantoor B.T.W. waaronder ze vallen. Dit schrijven omvat :
- een nota over deze wijziging,
- een formulier tot kennisname van de afschaffing van de vrijstellingsregeling,
- een verbintenisformulier tot registratie als aannemer,
- mandaat voor B.T.W. teruggave.
Tot voor kort moest U in principe slechts B.T.W. betalen op de werkelijk betaalde prijs, ook als U bv. voor een symbolische € 1 een auto verkocht van uw vennootschap. Recentelijk is daar verandering in gekomen. Hoe zit het nu precies ?
Recentelijk is de wet gewijzigd en moet er altijd B.T.W. gerekend worden op de ‘normale waarde’ (d.i. de werkelijke waarde), ook als er slechts een symbolische prijs betaald wordt. Dat geldt zowel voor de leveringen van goederen als van diensten. De normale waarde is de prijs die tussen twee onafhankelijke partijen bij een eerlijke concurrentie in België betaald zou worden of m.a.w. de ‘marktprijs’.
Voorwaarden ?
Te lage prijs
Om te beginnen, wordt enkel de marktwaarde in de plaats gesteld van de betaalde prijs als deze prijs lager ligt dan de marktwaarde, dat is evident.
Geen recht op aftrek
De tweede voorwaarde opdat U belast kunt worden op de marktwaarde i.p.v. op de betaalde prijs, is dat U als ‘afnemer’ geen volledig recht heeft op aftrek van de B.T.W. Dat is bv. bijna altijd het geval wanneer U optreedt als bedrijfsleider. De verkoop van een product onder de prijs tussen twee B.T.W.-plichtigen met een volledig recht op aftrek kan dus nooit onder deze regeling vallen (want beiden kunnen de betaalde B.T.W. in principe recupereren).
Verbondenheid
Ten slotte moet de afnemer verbonden zijn met de leverancier om de marktprijs in de plaats te kunnen stellen van de betaalde prijs. Dat betekent dat de ‘afnemer’ ofwel werknemer, ofwel aandeelhouder, ofwel bedrijfsleider (ofwel hun familieleden t.e.m. de vierde graad) moet zijn van de leverancier.
Voortaan moet U in principe B.T.W. betalen op de (hogere) werkelijke waarde (de marktprijs), maar enkel wanneer U als werknemer iets koopt van uw werkgever of als aandeelhouder of bedrijfsleider van uw vennootschap.
De invoering van de verplichte elektronische indiening van de fiches 281, samenvattende opgaven 325 en aangiftes bedrijfsvoorheffing (BV) verloopt in 2 fasen :
1) De verplichting geldt in een eerste fase voor werkgevers die € 100.000,00 of meer BV betalen op inkomsten van het vorige jaar voor :
- fiches en samenvattende opgaven m.b.t. de inkomsten 2007 (aanslagjaar 2008); en
- aangiften BV m.b.t. de belastbare inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2008 (aanslagjaar 2008).
2) De verplichting geldt voor alle andere schuldenaars voor :
- fiches en samenvattende opgaven m.b.t. de inkomsten 2008 (aanslagjaar 2009) en;
- aangiften BV m.b.t. de belastbare inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2009 (aanslagjaar 2009).
De elektronische indiening gebeurt via :
- ‘Belcotax-on-web’ (www.belcotaxonweb.be) voor de fiches 281 en samenvattende opgaven 325;
- ‘Finprof’
(http://minfin.fgov.be/portail1/nl/finprof/welcomefinprofnl.html) voor de aangiften BV.
Er blijft veel verwarring bestaan over bepaalde aspecten van de hand- of de bankgift. Zo bestaat er nog heel wat twijfel over de vraag of de zgn. bankgift – zeg maar de moderne versie van de handgift via overschrijving – wel echt sluitend is. Ook de vraag of U de hand- of de bankgift mag bewijzen met een eenvoudig document opgemaakt door de schenker en de begiftigde, blijft velen bezighouden.
Kenmerkend voor de handgift
Een handgift is een schenking waarbij een goed door een schenker aan de begiftigde overhandigd wordt. Deze overhandiging is het belangrijkste en het noodzakelijke kenmerk van de handgift. Daardoor kunnen in principe alleen lichamelijke roerende goederen zoals meubels en schilderijen, maar ook een auto (door overhandiging van de sleutels) bij handgift geschonken worden. Toch komen de zgn. onlichamelijk roerende goederen, waarmee in eerste instantie geld en aandelen aan toonder bedoeld worden, in aanmerking voor een hand- of een bankgift.
Wat is typisch voor een bankgift ?
Kortweg, dat er hierbij geen materiële overhandiging plaatsvindt, maar een overschrijving. U geeft m.a.w. opdracht aan een bank om een bedrag of effecten van uw rekening (de schenker) over te schrijven naar een andere rekening (van de begiftigde). Dit is uiteraard veel eenvoudiger en het wordt daarom ook door heel wat banken gepromoot. Juridisch gezien spreekt men van een ‘onrechtstreekse schenking’. Van belang is wel dat U de overschrijving neutraal houdt. U mag m.a.w. op die overschrijving geen mededeling zoals ‘schenking’, ‘gift’ of ‘uit dankbaarheid’ zetten. Het beste laat U de mededeling gewoon blanco. U loopt anders immers het risico dat de schenking later bij uw overlijden alsnog vernietigd kan worden. Doet U alles echter correct, dan is een bankgift even sluitend als een handgift.
Bewijs opmaken noodzakelijk ?
Absoluut. Het punt is nl. dat de begiftigde toch nog successierechten zal moeten betalen op uw hand- of bankgift indien U binnen de 3 jaar zou overlijden. Alleen als U dus na die 3 jaar zou overlijden, zijn er geen successierechten meer op verschuldigd, maar dan moet de begiftigde uiteraard wel kunnen aantonen dat die hand- of bankgift dateert van méér dan 3 jaar terug. Het is precies daarvoor dat het nodige bewijsmateriaal verzameld, lees : gecreëerd moet worden.
De klassieke aangetekende brieven
In de praktijk wordt er voor dat bewijs meestal gekozen voor de aangetekende brieven. Als schenker nodigt U de begiftigde aangetekend uit op een bepaalde datum en op een bepaald uur; al dan niet in een bank, om een bedrag in geld of effecten in ontvangst te nemen. Dit is op zichzelf nog geen schenking, maar enkel een aanbod. Een schenking – ook de handgift – is immers een overeenkomst en komt slechts tot stand door wilsovereenstemming van beide partijen. Na de overdracht stuurt de begiftigde U aangetekend een bedankbrief, waarin hij erkent dat hij het geld of de effecten ontvangen heeft (de uitgevoerde schenking).
De eenvoudige en de moderne versie
U kunt evengoed een wederzijds bewijsdocument opmaken waarin zowel U als de begiftigde erkennen dat er een handgift of een bankgift is gebeurd. Dit is eenvoudig en handig, zeker als er ook voorwaarden of andere lasten gekoppeld worden aan de hand- of bankgift. U vindt nu immers alles terug in één en hetzelfde document. Tegelijkertijd voorwaarden koppelen aan de hand- of de bankgift en toch werken met die aangetekende brieven kan dus m.a.w. ook wel, maar het is gewoonweg veel complexer.
De hand- of bankgift kunt U doen zonder notariële akte en het is wettelijk gezien volledig in orde. Zelfs als U een eenvoudig bewijsdocument opstelt, is er nog geen verplichte registratie. Dit werd trouwens bevestigd door de fiscus zelf in een administratieve beslissing.
5. NIEUWE GEÏNDEXEERDE BEDRAGEN VOOR DE VRIJGESTELDE VERGOEDING VOOR VRIJWILLIGERSWERKVoor het aanslagjaar 2008 (vergoedingen vanaf 01.01.2007) bedragen de geïndexeerde bedragen :
- per dag € 28,48
- per jaar € 1.139,02
De vestigingswet werd met ingang van 1 september grondig hervormd, in een poging deze wet te moderniseren en te versoepelen. En toch verstrengt het systeem op sommige punten.
Eén van de grote werken van Minister Laruelle is de hervorming van de toegang tot de gereglementeerde beroepen, kortweg de vestigingswetgeving genoemd. De bedoeling is om een soepeler instroom mogelijk te maken in deze beroepen. De hele operatie gebeurde in samenspraak met de beroepsorganisaties.
De 34 gereglementeerde beroepen worden hervormd en samen gebracht in 4 grote clusters.
Drie van deze clusters zijn dit voorjaar in het Belgisch Staatsblad verschenen nl. cluster 1: Fietsen en motorvoertuigen, cluster 2: Bouw en elektrotechniek, cluster 3: Lichaamsverzorging, opticien, dentaaltechnicus en begrafenisondernemer. De 4e cluster, die de beroepen van restauranthouder, slagergroothandelaar en bakker regelde, sneuvelde bij de Raad van State, en wordt op langere baan geschoven.
Alles in verband met de kennis bedrijfsbeheer blijft onveranderd (daar wordt volgend jaar een hervorming verwacht), net zoals een aantal geïsoleerde beroepen zoals frigorist en droogkuiser.
Maar een aantal andere punten wijzigen gevoelig na 1 september :
- De diplomavereisten voor de activiteiten in de nieuwe clusters verstrengen : men moet voortaan minstens een einddiploma secundair onderwijs hebben om deze activiteiten te mogen opstarten. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel, bv. Het beroep van masseur/masseuse, wat men na een cursus van 60 uren kan uitoefenen.
- Heeft men de kennis verworven via beroepservaring, dan worden de vereisten versoepeld. Meestal wordt de vereiste beroepservaring 3 jaar voltijdse en effectieve ervaring (in plaats van nu 5 jaar) in de laatste 15 jaar (in plaats van nu 10 jaar).
- Wanneer men in een bepaalde cluster of deelsector kan aantonen dat men voldoende geldige ervaring heeft opgebouwd voor bepaalde activiteiten, dan kan men bij een ondernemingsloket vragen om ook de andere activiteiten binnen hetzelfde gereglementeerde beroep toe te voegen.
- De kilometervergoeding vanaf 1 juli 2007 € 0,2940 per km bedraagt.
- U studietoelage kan aanvragen voor uw studerende kinderen via www.studietoelagen.be.
- De forfaitaire vergoedingen voor buitenlandse dienstreizen zijn aangepast vanaf 1 maart 2007 (circulaire nr. Ci.RH.241/585.308 (AOIF 23/2007) d.d. 23.08.2007.
- Het feest van de arbeid en O.H. Hemelvaart volgend jaar allebei op 1 mei vallen. Vandaar dat er beslist is om 1 mei én 2 mei 2008 als betaalde feestdag te beschouwen.