Nieuwsbrief 49, oktober 2008
1. DE EUROPESE OVERSCHRIJVING28 januari 2008 is de verwezenlijking van het gemeenschappelijke eurobetalingsgebied (SEPA), dan is de Europese overschrijving en het nieuwe bijbehorende overschrijvingsformulier ingevoerd. Met het nieuwe overschrijvingsformulier kunt u overschrijvingen in euro uitvoeren voor begunstigden zowel in België als in de overige SEPA-landen, d.w.z. de 27 lidstaten van de Europese Unie alsmede IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Gedurende een periode zal het nieuwe formulier naast het huidige Belgische formulier bestaan. Het huidige Belgische formulier verdwijnt volledig tegen eind 2010.
Wat verandert er?
- het nieuwe formulier heeft een rode kleur (voordien oranje)
- het strookje voor de cliënt valt weg
- de “gewenste uitvoeringsdatum in de toekomst” komt in de plaats van de memodatum
- het gebruik van het IBAN en de BIC
- de verplichte vermelding van de naam van de begunstigde
- de datum van ondertekening van het formulier valt weg
- de gegevens betreffende de begunstigde staan onder deze van de opdrachtgever.
IBAN
Het IBAN (International Bank Account Number) wordt gebruikt voor identificatie van de Belgische rekeningen en de rekeningen in alle overige SEPA-landen. Per land is er een vaste lengte, maximum 34 karakters.
In België telt het IBAN 16 karakters met de volgende structuur: “BE” gevolgd door 2 cijfers die op hun beurt worden gevolgd door de 12 cijfers van het huidig bankrekeningnummer.
Bijvoorbeeld:
met het Belgisch bankrekeningnummer 539 0075470 34 komt als IBAN overeen BE68 5390 0754 7034
Het IBAN van uw Belgische bankrekening staat sedert 2003 vermeld op uw rekeninguittreksels.
BIC
Voor de uitvoering van een overschrijving is naast het IBAN ook de BIC (Bank Identifier Code) nodig ter identificatie van de bank waarbij de begunstigde zijn rekening heeft. Elk van de ongeveer 6.000 Europese banken heeft haar eigen code.
De BIC van de begunstigde bestaat uit 8 of 11 karakters.
Bijvoorbeeld: BANKBEBB
De BIC moet verplicht worden vermeld, wanneer het IBAN van de begunstigde niet met “BE” begint.
U kan uw eigen IBAN en BIC opzoeken op http://ccff02.minfin.fgov.be/portal/portal/MyMinfinPortal/services.
2. GETUIGSCHRIFT BEDRIJFSBEHEER VIA DE CENTRALE EXAMENCOMMISSIEElke ondernemer die een handelsactiviteit start, is wettelijk verplicht langs te gaan bij het ondernemingsloket. Het ondernemingsloket controleert, voorafgaand aan de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen, of men over voldoende ondernemersvaardigheden beschikt. Elke ondernemer moet in elk geval basiskennis bedrijfsbeheer kunnen aantonen. Wanneer men “gereglementeerde activiteiten” uitoefent moet ook een specifieke beroepskennis bewezen worden.
De vestigingswetgeving bepaalt welke documenten vereist zijn en al of niet aanvaard worden. De startende ondernemer kan de basiskennis bedrijfsbeheer en beroepskennis aantonen met diploma’s of op basis van een praktijkervaring. Maar wat wanneer men niet de juiste documenten kan voorleggen of onvoldoende praktijkervaring kan aantonen?
In dat geval kan een examen bij de centrale examencommissie een oplossing bieden. De examens worden georganiseerd door de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie en zijn gebaseerd op de vestigingswetgeving. Slaagt men voor dit examen, dan ontvangt de startende ondernemer een getuigschrift dat geldt als bewijsstuk om de basiskennis bedrijfsbeheer aan te tonen. Ook als men beroepskennis moet bewijzen, kan men via de examencommissie het gepaste getuigschrift behalen. U vindt de formulieren om in te schrijven voor een examen via de examencommissie op www.bizondernemingsloket.be .
3. ONDERNEMERSCHAPSPORTEFEUILLE (BEA) BIJGESTUURDDe Vlaamse regering heeft beslist om de ondernemerschapsportefeuille BEA te hervormen. BEA, het Budget voor Economisch Advies, is het systeem waarmee KMO’s subsidies kunnen krijgen van de Vlaamse overheid voor opleiding en advies. De wijzigingen treden in werking vanaf 1 januari 2009. Op voorstel van de minister wordt ondermeer het percentage dat gedekt wordt bij opleiding of advies opgetrokken van 35 % naar 50 %. De aanvragen worden bovendien jaarlijks mogelijk in plaats van tweejaarlijks. Ook de administratieve procedure wordt eenvoudiger. Technologisch advies wordt voor driekwart gesubsidieerd.
Tot slot besliste de Vlaamse regering ook om de groeipremie af te schaffen. Het budget wordt geheroriënteerd naar de ecologiepremie. Investeringen in ecologie krijgen voortaan 40 % in plaats van 20 % Vlaamse steun.
4. DE MEEST GESTELDE VRAGEN OVER HET LEERCONTRACTMet de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden voor uw onderneming. Gelukkig bestaan er formules als de leertijd, waarbij u als ondernemer zelf jongeren kunt opleiden op maat van uw bedrijf. Hoe werkt dat? En vooral: is het een goede zet in uw bedrijf?
Wat is een leerjongere?
Leerjongeren zijn jongeren van minstens 15 jaar oud die kiezen voor een praktische opleiding: in plaats van op de schoolbanken te zitten leren ze al doende een vak. Vier dagen per week draaien ze mee in een onderneming als voltijdse medewerker, één dag volgen ze lessen aan een SYNTRA-campus.
Waarom een leerjongen aanwerven? Waarom niet?
Leerjongeren zijn over het algemeen leergierig. Op de schoolbanken zitten is niet zozeer hun ding, de handen uit de mouwen steken vaak des te meer. Omdat het hun eerste job is kunt u ze bovendien op maat opleiden binnen uw bedrijf.
Een leerjongere zal het werk normaal gezien ook verlichten: na verloop van tijd draait hij mee als bijna voltijdse medewerker en dat zonder de hoge loonlast van een normale werknemer. U kunt maximaal drie jaar een beroep doen op een leerjongere. Valt de samenwerking goed mee, dan hebt u meteen ook een ideale kandidaat-medewerker die al volledig ingewerkt is.
Als laatste voordeel is er nog de stagebonus waar u als ondernemingshoofd-opleider recht op hebt als de leerjongere zijn leercontract bij u afmaakt.
Een mogelijk nadeel is dat niet alle leerovereenkomsten op een succes uitdraaien. Allicht zal vooral in het begin het rendement van de jongere niet erg hoog liggen en de motivatie is misschien niet altijd wat u ervan verwacht.
Komt mijn onderneming in aanmerking?
Meer dan 200 beroepen komen in aanmerking voor een leercontract, en er komen er steeds bij. Er zijn echter nog bijkomende voorwaarden. Zo moet de ondernemer minstens vijf jaar beroepspraktijk hebben, waarvan twee jaar als ondernemingshoofd. Hij moet minstens 25 jaar oud zijn.
Wat kost het mij?
Als ondernemer betaalt u een beperkte vergoeding aan de leerjongere. Dit zijn de minimumtarieven sinds 1 mei 2008 (de bedragen worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd):
- 18 jaar |
+ 18 jaar |
|
Eerste jaar leertijd |
€ 280,57 |
€ 374,10 |
Tweede jaar leertijd |
€ 374,10 |
€ 420,86 |
Derde jaar leertijd |
€ 467,63 |
€ 467,63 |
Daarnaast heeft de jongere ook recht op jaarlijkse vakantie en voorziet u standaard een arbeidsongevallenverzekering. U betaald eveneens een beperkte RSZ-bijdrage.
Wat zijn mijn verplichtingen tegenover de jongere en zijn school?
Uw voornaamste plicht bij het aangaan van een leercontract is het voorzien van een praktijkopleiding. U leert de jongere hoe hij het beroep in kwestie moet uitoefenen aan de hand van een opleidingsprogramma.
Wat als de leerjongere tegenvalt?
Als ondernemer hebt u uiteraard het recht om het contract te verbreken wanneer de leerjongere zijn werk niet naar behoren uitvoert. Leerjongeren doorlopen overigens steeds een proeftijd van één tot drie maanden.
Zoals u weet, mag een gepensioneerde maar een bepaald bedrag verdienen, als hij geen pensioengeld wil verliezen. T.o.v. 2007 worden de bedragen met 25% verhoogd voor wie reeds de pensioenleeftijd (van 64 of 65 jaar) bereikt heeft en nog wat werkt. Hieronder vindt u alle bedragen terug.
|
Vanaf 64/65 jaar |
Vóór 64/65 jaar en * |
Vóór 64/65 |
Zonder kinderlast |
€ 21.436 bruto |
€ 17.280 bruto |
€ 7.421,57 bruto |
Met |
€ 26.075 bruto |
€ 21.600 bruto |
€ 11.132,37 bruto |
* als de betrokkene uitsluitend een overlevingspensioen trekt.
** als de betrokkene een combinatie van een rust- en een overlevingspensioen trekt of uitsluitend een rustpensioen trekt.
De kilometervergoeding waarop ambtenaren recht hebben wanneer zij met hun eigen motor-, bromfiets of wagen dienstverplaatsingen maken, werd naar jaarlijkse gewoonte geïndexeerd. Voor de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009 bedraagt de vergoeding 0,3093 euro per km (tegenover 0,2940 euro per km voorheen).
7. KANTOORNIEUWSOnze medewerkster Katrien is vanaf oktober 2008 tot het einde van het jaar met bevallingsverlof. Zij zal gedurende die tijd vervangen worden door Kristof D’Hooghe die haar dossiers voorlopig zal overnemen. Vanaf 2 januari 2009 zal Katrien de ploeg terug vervoegen. Wij rekenen op jullie begrip tijdens die periode, waarvoor dank.