Nieuwsbrief 53, oktober 2009

1. EUROPESE OVERSCHRIJVING STANDAARD VANAF 01.01.2010

In heel Europa wordt straks nog uitsluitend gebruik gemaakt van de nieuwe, Europese overschrijving die met SEPA wordt ingevoerd (zie onze nieuwsbrief nummer 49 van oktober 2008). Vanaf 1 januari 2010 verdelen ook de Belgische banken alleen nog de Europese overschrijvingsformulieren, al worden de ‘oude’ nog wel tot eind volgend jaar verwerkt. Het binnenlandse rekeningnummer verdwijnt op termijn en wordt vervangen door het IBAN (International Bank Account Number) en de BIC (Bank Identifier Code). In België telt het IBAN 16 karakters: BE gevolgd door 2 cijfers en vervolgens de 12 cijfers van het huidige rekeningnummer. Buitenlandse rekeningnummers beginnen met een andere landcode en hebben een andere lengte. De BIC van de bank bestaat uit 8 of 11 karakters. De BIC hoeft u binnen België niet te gebruiken. Voor betalingsverkeer met het buitenland hebt U hem wel nodig. Iedereen in Europa vindt zijn eigen IBAN en de BIC van zijn bank ook terug op zijn rekeningafschriften.

2. NIEUWE B.T.W.-REGELS VOOR DIENSTEN AAN BUITENLANDERS

Vanaf 1 januari 2010 wijzigen de B.T.W.-spelregels wanneer u diensten verstrekt aan buitenlanders. Verstrekt u als B.T.W.-plichtige ondernemer diensten aan buitenlanders, dan rijst de vraag in welk land de dienst precies plaatsvindt. Dat is immers van belang om te weten wie welke B.T.W. moet aanrekenen. Vindt op basis van deze lokalisatiecriteria de dienst plaats in België, dan moet uzelf in principe gewoon Belgische B.T.W. aanrekenen op uw factuur (tenzij er een vrijstelling van toepassing zou zijn natuurlijk). Is de handeling echter gesitueerd in het buitenland, dan rekent u geen Belgische B.T.W. aan op uw factuur. Uw klant moet dan zelf de B.T.W. (van zijn eigen land) aanrekenen. U vermeldt dan op uw facuur wel de juiste wettelijke bepaling waaruit blijkt dat de dienst in het buitenland is gesitueerd. Om de plaats van de dienst te bepalen, voorziet de B.T.W.-reglementering een aantal ingewikkelde plaatsbepalingsregels. Die worden vanaf 1 januari 2010 vereenvoudigd. Vanaf 1 januari 2010 zullen er 2 hoofdregels bestaan: 1 voor dienstprestaties aan B.T.W.-plichtigen, de zgn. B2B-transacties (business-to-business) en 1 voor dienstprestaties aan niet-B.T.W.-plichtigen, de zgn. B2C-transacties (business-to-consumer).

B2B-transacties
Diensten verstrekt aan een B.T.W.-plichtige klant zullen in principe geacht worden plaats te vinden in het land waar uw klant gevestigd is of waar hij zijn vestiging heeft waarvoor de dienst wordt verricht. Is uw klant gevestigd in een andere EU-lidstaat, dan brengt u dus geen Belgische B.T.W. in rekening. Het zal uw klant zijn die de buitenlandse B.T.W. van zijn eigen land moet voldoen (tenzij er een vrijstelling zou zijn) via zijn eigen B.T.W.-aangifte. Vermeld op uw factuur ‘Plaats van de dienst is gesitueerd in het buitenland – art. 44 B.T.W.-Richtlijn – B.T.W te voldoen door de medecontractant – art. 196 B.T.W.-Richtlijn’. Vanaf 01.01.2010 moet u het factuurbedrag (excl. buitenlandse B.T.W.) van deze ‘intracommunautaire diensten’ vermelden in een nieuw rooster 44 van de B.T.W.-aangifte en in de intracommunautaire opgave onder de nieuwe code S.

B2C-transacties
Diensten verstrekt aan een niet-B.T.W.-plichtige buitenlandse klant zullen in principe geacht worden plaats te vinden in het land waar u als dienstverrichter gevestigd bent, m.a.w. in België. U moet dan net zoals nu in principe Belgische B.T.W. aanrekenen op uw factuur.

3. GROENE LENING

Particulieren die een lening afsluiten om energiebesparende uitgaven te financieren krijgen voortaan een deel van de intresten terug. De federale overheid neemt 1,5% van de intresten van de lening voor haar rekening.

Voor welke uitgaven?
- de vervanging van oude stookketels;
- de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;
- plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;
- de plaatsing van dubbele beglazing;
- de isolatie van daken, muren en vloeren;
- de plaatsing van een warmteregeling op een centrale verwarmingsinstallatie door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdschakeling;
- een energieaudit van de woning.

De lening betreft investeringen van ten minste 1.250 euro en ten hoogste 15.000 euro per jaar, per persoon en per woning en wordt tussen 1 januari 2009 en 31 december 2011 aangegaan.
Om recht te hebben op een federale tegemoetkoming moet de kredietnemer via de kredietverlener de intrestbonificatie aanvragen.

4. HET VERVROEGD PENSIOEN VOOR DE ZELFSTANDIGE

Zelfstandigen die vervroegd met pensioen gaan, verliezen een deel van hun pensioen. Maar sedert enkele jaren doet de overheid inspanningen om dat nadeel weg te werken. Tot 2006 werd het pensioen verminderd met 5 % per jaar vervroeging. Sinds 2007 hangt het verminderingspercentage af van de gekozen pensioenleeftijd. Hoe langer men actief blijft, hoe lager het percentage.

Pensioenleeftijd

Vermindering

60 jaar

25 %

61 jaar

18 %

62 jaar

12 %

63 jaar

7 %

64 jaar

3 %

65 jaar

-


Vanaf 2009 kan een zelfstandige, die een loopbaan van 42 jaren bewijst, vervroegd met pensioen gaan zonder vermindering. Wie in de loop van 2009 62 jaar wordt en een beroepsactiviteit bewijst vanaf zijn 20ste, komt aan een loopbaan van 42/45. Het pensioen zal dus niet verminderd worden met 12%. Maar het pensioen zal nog altijd lager liggen dan een pensioen op 65 jaar omdat er 3/45 ontbreken. Dat is logisch omdat voor die jaren ook geen bijdragen betaald zijn.

5. VIES-CERTIFICAAT

De VIES-website (VAT Information Exchange System) laat toe de geldigheid van een B.T.W.-identificatienummer elektronisch te controleren (http://ec.europa.eu/taxation_customs/vies/vieshome.do). Recent werd op de VIES-website een nieuwe functionaliteit toegevoegd, die toelaat een certificaat af te drukken dat de geldigheid van het B.T.W.-nummer van de afnemer bewijst. Wanneer het ingevoerde B.T.W.-nummer een geldig nummer is, dan wordt deze geldigheid bevestigd in een bericht (het certificaat), dat de datum van de consultatie vermeldt alsook een (uniek) consultatienummer. Hiermee wil de Europese Commissie aan belastingplichtigen een bijkomend element aanreiken om hun goede trouw aan te tonen.

6. MAAKT U AL GEBRUIK VAN DE KMO-PORTEFEUILLE?

De KMO-portefeuille is een interactieve webtoepassing, waarmee u eenvoudig subsidies kunt aanvragen bij de Vlaamse Overheid voor initiatieven rond één van de volgende vier pijlers: opleiding, advies, export of technolgieverkenning. Ook een combinatie van de vier domeinen is mogelijk. Net zoals bij het vroegere BEA komen zowel KMO’s als vrije beroepen in aanmerking, zolang ze een van de aanvaardbare hoofdactiviteiten en juridische vormen hebben (zie www.kmo-portefeuille.be). De opvallendste verschillen met BEA zijn het hogere maximumbedrag (tot € 15.000 of uitzonderlijk zelfs € 25.000) en de nieuwe pijler internationalisering.
De aanvraag voor de KMO-portefeuille verloopt volledig online. De eerste keer moet u zich registreren met uw elektronische identiteitskaart of met een federaal token, daarna volstaat het om u opnieuw aan te melden. De aanvraagprocedure begint steeds met het afsluiten van een overeenkomst met een erkende dienstverlener, werkzaam in een van de vier pijlers. Ten laatste 14 kalenderdagen daarna moet u de subsidieaanvraag indienen via de webapplicatie.

Opleiding
De opleidingen moeten steeds gevolgd worden bij een erkende dienstverlener en het verbeteren van het bedrijfsfunctioneren als doel hebben. Het kan daarbij gaan om een IT-cursus, een taal- of managementtraining, een opleiding communicatievaardigheden… Bovendien komen, in tegenstelling tot bij BEA, nu ook wettelijk verplichte opleidingen in aanmerking. De steun voor opleiding kan oplopen tot 50% van de kost, en bedraagt maximaal € 2.500 per jaar.

Advies
Advies door een erkende dienstverlener komt enkel in aanmerking indien het schriftelijk is en op maat van de onderneming. Het advies moet drie aspecten omvatten: een analyse van het probleem, een eigenlijk advies en implementeringsplan, bijvoorbeeld een communicatieplan of een marketingstudie. Voor een gewoon advies kan de steun jaarlijks oplopen tot € 5.000, bij een strategisch advies loopt het maximumbedrag op tot € 25.000 per jaar. Het steunpercentage is in beide gevallen hoogstens 50%.

Export
Hier gaat het ook om advies, maar dan specifiek voor ondernemingen met buitenlandse ambities op het vlak van export of investeringen. Het gaat om schriftelijke en gerichte adviezen, met betrekking tot opportuniteiten voor bedrijven die willen internationaliseren. De steun bedraagt tot 50% van de kost en maximaal € 5.000 per jaar.

Technologieverkenning
Hier gaat het om technologische adviezen rond een innovatievraagstelling, met betrekking tot een product, een proces of een dienst. De kennisinstelling die het advies verleent moet enig studiewerk op maat van de KMO verrichten. Het belangrijkste verschil met de andere adviezen is dat dit advies een grondige, technologische kenniscomponent bevat. Voor technologieverkenning is er een maximaal steunpercentage van 75%, en een absoluut steunplafond van € 10.000.

7. KILOMETERVERGOEDING AANGEPAST

De kilometervergoeding waarop werknemers recht hebben wanneer zij met hun wagen dienstverplaatsing maken, werd naar jaarlijkse gewoonte geïndexeerd. Voor de periode van 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 bedraagt de vergoeding 0,3026 euro per km (tegenover 0,3093 euro per km voorheen).