Nieuwsbrief 56, juli 2010
1. NIEUW OP 01.06.2010 : de starters-BVBAIn deze crisistijd heeft onze economie meer dan ooit nood aan nieuwe activiteiten. Geen enkele bestaande vennootschapsvorm speelt echter in op de behoeften van jonge starters die met een eerste onderneming beginnen. De starters-BVBA is één van de antwoorden op deze lacune.
Wie kan een starters-BVBA oprichten?
- één of meer natuurlijke personen;
- de oprichters mogen geen aandelen hebben in andere BVBA's die 5 % of meer van het totaal van de stemrechten vertegenwoordigen;
- een natuurlijke persoon die een starters-BVBA opricht, kan geen tweede oprichten. Doet hij dit toch, dan is hij hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de tweede starters-BVBA;
- enkel activiteiten die geen groot startkapitaal vragen, kunnen onder de vorm van een starters-BVBA worden uitgeoefend.
Hoeveel kapitaal hebt u nodig om een starters-BVBA op te richten?
Het kapitaal varieert tussen € 1,00 en € 18.550,00.
Welke voorwaarden moeten vervuld worden?
- minimumkapitaal van € 1,00;
- na maximaal 5 jaar of zodra er 5 werknemers in dienst zijn, moet het kapitaal worden verhoogd naar dat van een gewone BVBA, namelijk € 18.550,00;
- er moet een financieel plan worden opgesteld onder toezicht van een boekhouder of bedrijfsrevisor, om vroegtijdige faillissementen door een gebrek aan ervaring te voorkomen.
Wat moet u nog weten over de starters-BVBA?
- de ondernemer blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de starters-BVBA tot de kapitaalvereiste van € 18.550,00 is vervuld;
- 25 % van de jaarlijkse nettowinst moet gereserveerd worden tot de som van het geplaatste kapitaal en het bedrag van het reservefonds € 18.550,00 is;
- je bent verplicht om een beroep te doen op een externe specialist om samen het financieel plan op te stellen;
- op alle wettelijke documenten en vermeldingen moet aan de vermelding van de rechtsvorm het woord "starter" worden toegevoegd en dit tot het kapitaal van € 18.550,00 volstort is;
- de zaakvoerder moet, net zoals bij de klassieke BVBA, ook beschikken over voldoende ondernemersvaardigheden om een onderneming te leiden.
Momenteel kunnen enkel geregistreerde aannemers het verlaagde BTW-tarief van 6% en 12% toepassen voor bepaalde werken in onroerende staat. Enkele recente uitspraken van de rechtbank in eerste aanleg zetten deze regeling nu onder druk. De verplichting te werken met een geregistreerde aannemer is immers strijdig met het neutraliteitsbeginsel van de BTW. Het oordeel luidt dat het niet kan dat een niet-geregistreerd aannemer voor dezelfde werkzaamheden een hoger tarief moet aanrekenen dan een geregistreerde collega.
Wie werken in onroerende staat wil laten uitvoeren en in aanmerking wil komen voor het verlaagde BTW-tarief, zal in de toekomst dus waarschijnlijk niet meer moeten werken met een geregistreerde aannemer. Werken die recht geven op een belastingvoordeel betreffende de personenbelasting, moeten (voorlopig) wel nog door een geregistreerde aannemer worden uitgevoerd.
In het dagelijkse leven worden bedrijven vaak geconfronteerd met allerlei soorten sancties waarvan het niet onmiddellijk duidelijk is of ze nu al dan niet fiscaal aftrekbaar zijn. Hieronder sommen we een aantal vaak voorkomende boetes op en geven we aan of ze al dan niet aftrekbaar zijn volgens de fiscus en de rechtspraak.
Op basis van het de administratieve commentaar van de fiscus en de rechtspraak zijn o.a. volgende boetes niet-aftrekbaar :
- verkeersboetes;
- niet-proportionele geldboetes inzake BTW;
- verbeurdverklaringen;
- boetes n.a.v. inbreuken op de milieuwetgeving;
- door Douane en Accijnzen opgelegde geldboeten.
Op basis van de administratieve commentaar van de fiscus en de rechtspraak zijn o.a. volgende boetes volledig aftrekbaar :
- administratieve boete wegens inbreuken op de wetgeving eurovignet;
- boetes inzake RSZ;
- proportionele geldboetes inzake BTW;
- proportionele geldboetes inzake registratierechten;
- administratieve boete bij laattijdige neerlegging van de jaarrekening;
- verhogingen van sociale bijdragen en patronale bijdragen RSZ;
- boete opgelegd door Raad van Mededinging.
Met de zomervakantie die stilaan in het vooruitzicht komt, begint het bij vele studenten te kriebelen om als jobstudent aan de slag te gaan. Maar waar moet je zoal op letten? Hoeveel mag je werken? Hoeveel mag je verdienen?
RSZ
Wie werkt, betaalt een bijdrage aan de Sociale Zekerheid. Gewone werknemers betalen 13,07%. Als student kan je een verlaagde bijdrage betalen als je rekening houdt met 2 x 23 dagen en als je werkt met een contract voor jobstudenten. Werk je maximum 23 dagen in de periode januari t.e.m. juni EN oktober t.e.m. december, dan betaal je 4,5%. Werk je maximum 23 dagen in de zomervakantie (juli, augustus, september) dan betaal je 2,5%. Zodra je in een periode meer dan 23 dagen werkt, betaal je de volledige bijdrage, namelijk 13,07%.
Belastingen
Om thuis fiscaal ten laste te kunnen zijn, geldt voor de student een maximumbedrag aan eigen inkomsten, afhankelijk van de gezinssituatie:
Kind van een gehuwd koppel :
Wanneer op hun loon volledige RSZ (13,07%) ingehouden wordt:
- als bediende : € 4.069.37 bruto
- als arbeider : € 4.118,91 bruto
Wanneer op hun loon beperkte RSZ ingehouden wordt:
- tijdens zomer (2,5%) : € 3.628,21 bruto
- buiten zomer (4,5%) : € 3.704,19 bruto
Kind van een alleenstaande :
Wanneer op hun loon volledige RSZ (13,07%) ingehouden wordt:
- als bediende : € 5.866,79 bruto
- als arbeider : € 5.938,21 bruto
Wanneer op hun loon beperkte RSZ ingehouden wordt:
- tijdens zomer (2,5%) : € 5.230,77 bruto
- buiten zomer (4,5%) : € 5.340,31 bruto
Kinderbijslag
Sinds 1 september 2005 behoudt de student die werkt in twee gevallen zijn recht op kinderbijslag:
- tijdens het 3e kwartaal (juli, augustus en september) gelden geen beperkingen, ongeacht het statuut van de student (werknemer of zelfstandige) en ongeacht het type arbeidsovereenkomst;
- tijdens het 1e , 2e en 4e kwartaal mag de student maximaal 240 uren per kwartaal werken, ongeacht zijn statuut (werknemer of zelfstandige) en ongeacht het type arbeidsovereenkomst. De beperking geldt dus ook voor jongeren tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst voor studenten.
Sinds 1 januari 2010 kan de zelfstandige (betaald) palliatief verlof nemen voor de verzorging van een kind of partner.
De zelfstandige die zijn beroepsactiviteit tijdens minstens vier opeenvolgende weken tijdelijk stopzet om palliatieve zorgen te geven aan zijn kind of aan zijn partner kan aanspraak maken op een forfaitaire uitkering. De uitkering wordt in 3 schijven uitbetaald en bedraagt globaal gezien het tweevoud van het minimumpensioen.
De zelfstandige moet minstens tijdens de 2 voorafgaande kwartalen onderworpen zijn geweest en met betrekking tot die periode in orde zijn met zijn bijdragen (als hoofdberoep).
De zelfstandige die deze uitkering aanvraagt, moet een aanvraag bij zijn sociaal verzekeringsfonds binnen een termijn van 4 weken te rekenen vanaf de onderbreking van de beroepsactiviteit, via een ter post aangetekende brief of door neerlegging van een verzoek ter plaatse tegen ontvangstbewijs, indienen. Deze aanvraag moet vergezeld zijn van een attest dat uitgereikt is door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve zorgen behoeft en waaruit blijkt dat de zelfstandige zich bereid verklaard heeft deze palliatieve zorgen te geven. Dit attest dient de identiteit van de persoon die palliatieve zorgen behoeft te vermelden.
Wanneer u als zelfstandige geconfronteerd wordt met de zorg voor een zwaar ziek kind hebt u recht op een vrijstelling van sociale bijdragen met behoud van de pensioenrechten.
De vrijstelling van sociale bijdragen en de gelijkstelling is eenmalig, zij kunnen dus slechts een maal bekomen worden bij ziekte van hetzelfde kind. De maatregel heeft betrekking op het kwartaal dat volgt op het begin van de onderbreking. De zelfstandige moet gedurende minstens 4 opeenvolgende weken stoppen met werken om het kind te verzorgen en vóór het kwartaal van de tijdelijke stopzetting.
Het kind moet bij de zelfstandige inwonen en recht geven op kinderbijslag. De zelfstandige moet minstens tijdens 2 voorafgaande kwartalen onderworpen zijn geweest en met betrekking tot die periode in orde zijn met zijn bijdragen (als hoofdberoep).
De aanvraag moet ingediend worden bij het sociaal verzekeringsfonds voor het einde van het kwartaal waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Bij de aanvraag moet een verklaring op erewoord gevoegd worden waarin bevestigd wordt dat de zelfstandige activiteit gedurende ten minste vier weken wordt onderbroken evenals een medisch attest dat de ernst van de aandoening bevestigd.
7. KILOMETERVERGOEDING AANGEPASTDe kilometervergoeding waarop werknemers recht hebben wanneer zij met hun wagen dienstverplaatsing maken, werd naar jaarlijkse gewoonte geïndexeerd. Voor de periode van 1 juli 2010 tot 30 juni 2011 bedraagt de vergoeding 0,3178 euro per km (tegenover 0,3026 euro per km voorheen).
8. VAKANTIEREGELINGOns kantoor blijft tijdens de vakantieperiode open. De bezetting zal niet steeds voltallig zijn, wij hopen hiervoor op uw begrip.